muziek

Instrumenten en zang

Accordeon

Het accordeon, ook trekharmonika genaamd, is een blaasinstrument. Je moet er niet zelf in blazen, de windvoorziening geschiedt door middel van een blaasbalg (zoals bij het orgel). Wanneer je het instrument, gedragen met een schouderriem en rustend op de schoot, horizontaal uittrekt, zuigt de blaasbalg lucht aan, die zoals bij het induwen, in het eigenlijke instrument geblazen wordt, waardoor metalen “tongen” tot trillen gebracht worden. Knopjes aan beide zijden dienen om aan de ene kant de melodie te spelen, aan de andere kant akkoorden. De accordeonist kan dus zelf voor de begeleiding instaan.

Blokfluit

De blokfluit is een blaasinstrument met buitengewone mogelijkheden, je leert het relatief snel spelen, dus je hebt al snel plezier in de resultaten die je behaalt. Het instrument is uitermate goed geschikt voor samenspel, zowel voor beginners als voor gevorderden.

 

Blokfluiten bestaan er in verschillende maten en soorten. De sopraanblokfluit (do- instrument) is het bekendst gevolgd door de altblokfluit (fa – instrument). Met de tenor en de basblokfluit erbij hebben we een blokfluitkwartet.Het blokfluitrepertoire heeft een rijke en lange traditie, die begint in de middeleeuwen en doorloopt via de renaissance. In de renaissance lag het accent op het samenspelen in vele trios, kwartetten, kwintetten, of nog grotere bezettingen. Denk bijvoorbeeld aan Engelse consort muziek. Het hoogtepunt beleefde de blokfluit in de barok, met zijn uitgebreide repertoire voor altblokfluit in de vorm van blokfluitsonates en triosonates met basso continuo. Ook vandaag schrijven hedendaagse componisten voor de blokfluit, getuige de vele composities en arrangementen die je voor de blokfluit kan vinden.

cello

De cello (kort voor ‘violoncello’) is een grote broer van de viool. Hij ziet er qua bouw net hetzelfde uit, maar is te groot om onder je kin te houden. Daarom zitten cellisten op een stoel en steunt hun instrument op een verstelbare pin. Gelukkig voor kinderen bestaan er ook kleinere maten van cello, dus laat de grootte van dit instrument je zeker niet tegenhouden om te willen leren spelen!
 

Van alle strijkinstrumenten leunt de klank van de cello het dichtste aan bij de menselijke stem, hij is als het ware een volledig koor verpakt in één instrument: hij kan zo laag spelen als een mannelijke basstem kan zingen, maar ook zo hoog als een vrouwelijke sopraan (en zelfs nog hoger). Veel mogelijkheden dus!
 

Zoals alle strijkinstrumenten wordt ook de cello bespeeld met een strijkstok: een houten (of carbon) stok, bespannen met zo’n 150 paardenharen. Om de snaren goed te laten trillen, moeten we die haren zo nu en dan eens inwrijven met speciale cellohars zodat ze wat plakkerig worden. Je kan echter ook zonder strijkstok spelen en gewoon plukken op de snaren, dat noemen we dan ‘pizzicato’.
 

Na zijn ontstaan, rond de 16e eeuw, werd de cello aanvankelijk enkel als orkest- of begeleidingsinstrument gebruikt. Gelukkig ontdekten een aantal componisten al gauw de veelzijdigheid van dit instrument en kreeg de cello een rol als solist in grote orkesten en in kamermuziek (kleinere groepjes van muzikanten). Vandaag de dag is de cello nóg een pak hipper en kan hij zowat alle stijlen aan. Je vindt ‘m terug in pop-, metal- en rockmuziek (Apocalyptica, 2Cellos,…), jazz (zoek maar eens op YouTube: Ernst Reijseger, Jacob Szekely of Hank Roberts), of in eender welke ander stijl (luister bvb. zeker een keer naar de compleet geschifte muzikale duizendpoot Rushad Eggleston).

contrabas

De contrabas is de allergrootste broer van de viool in de familie van de strijkinstrumenten. Hoewel hij altijd bij deze familie genoemd wordt, is hij toch een beetje een buitenbeentje. Zijn klankkast heeft een ietwat andere vorm en de snaren staan op andere toonafstanden gestemd dan bij de viool, altviool of cello. Hij klinkt zo laag dat hij het muzikale ‘fundament’ is van elk orkest of band.
 

Omdat de contrabas zo groot is dat hij boven je hoofd uitkomt, moet je rechtstaan (of op een hoge barkruk zitten) om hem te bespelen. Gelukkig voor kinderen bestaan er ook kleinere maten van contrabas, dus laat de grootte van dit instrument je zeker niet tegenhouden om het te willen aanleren!
 

Net zoals de andere strijkinstrumenten, wordt ook de contrabas bespeeld met een strijkstok waarmee je over de snaren strijkt. Je kunt natuurlijk ook gewoon plukken op de snaren, dat heet dan ‘pizzicato’.
 

De contrabas heeft zijn weg gevonden in zowat elke muziekstijl: jazz, popmuziek, klassieke muziek, rockabilly, folk,… Naargelang de muziekstijl (vooral klassiek vs. jazz) varieert ook een beetje de speeltechniek. In de wat ruigere genres wordt de contrabas vaak vervangen door een basgitaar.

dwarsfluit

..........

Fagot

De fagot is het laagstklinkende dubbelrietinstrument. De dubbel-gevouwen buis is, zoals bij de meeste houten blaasinstrumenten, voorzien van kleppen om de vingergaten te openen en te sluiten en alzo verschillende tonen voort te brengen. Het blazen vereist dezelfde techniek als bij de hobo : je houdt de twee dunne rietblaadjes strak tussen de lippen en perst de lucht in het instrument. Voor de beginnende kinderen zijn er kleinere formaten beschikbaar.

Gitaar

..........

Harp

..........

Hobo

De hobo is een eigenzinnig instrument met een heel eigen geluid. Het repertoire omvat 3 eeuwen muziek. Je vindt de hobo terug zowel in kamerorkestverband als in symfonie- of harmonieorkest.

 

Een stevige ademhaling en veel doorzettingsvermogen zijn onontbeerlijk als je hobo wil leren spelen!

 

In de hoboles verken je je instrument (techniek en tessituur), je verkent de hoboliteratuur en de expressieve mogelijkheden van je instrument.

Hoorn

De hoorn behoort tot de familie van de koperinstrumenten. Koperblaasinstrumenten zijn een grote familie van instrumenten waarbij de klank ontstaat door het trillen van de lippen. Iedereen kan mits een goede ademtechniek en de juiste lipspanning de hoorn bespelen.

 

Hoor je wel eens zeggen dat de hoorn ‘naar het schijnt’ moeilijk te bespelen is? Weet dan dat dit maar een gerucht is. Een hoorn bespelen is vergelijkbaar met het bespelen van eender welk ander koperblaasinstrument.

 

Hoorn speel je echter met één hand, de linkerhand, terwijl de rechterhand onderaan in de beker van het instrument wordt gehouden. Het gewicht van een hoorn kan namelijk makkelijk oplopen tot 3 kg. Na een tijdje kan je daar wel eens vermoeide armen van krijgen. Vandaar dat men soms een hoornsteun gebruikt.

 

Toch is het leren bespelen van de hoorn de moeite waard: zijn warme klankkleur is uniek. Je kan al vrij snel meespelen in verschillende ensembles zoals: een harmonieorkest, fanfare, symfonieorkest en talloze andere muziekgroepen.

Klarinet

De klarinet behoort tot de enkel-riet houtblazers en dankt zijn naam aan zijn heldere klank die met elk ander instrument prachtig samenklinkt.

 

Grote of kleine handen, het maakt niet uit. Van de sopranino klarinet tot de contrabasklarinet vormen de klarinetten één van de grootste muziekinstrumentenfamilies.

 

Met een glimlach, goede ademhaling en —zoals dat voor elk instrument geldt— met veel oefening leer je probleemloos de klarinet bespelen.

 

Met je instrument kan je in kleine en grote ensembles, symfonie- en harmonieorkesten; alle stijlen zijn mogelijk, van klassiek tot jazz en hedendaagse muziek.

Koperblazers

Koperblaasinstrumenten zijn een  grote familie van instrumenten waarbij de klank ontstaat door het trillen van de lippen. Iedereen kan mits een goede ademtechniek en de juiste lipspanning, de trompet, cornet, bugel, (alt)hoorn, trombone of (bas)tuba bespelen.

 

Vrij snel kom je in je instrumentles in contact met alle genres muziek; van klassiek tot popmuziek, jazz, funk … De stijlmogelijkheden zijn onbeperkt.

Je kan met je instrument terecht in verschillende ensembles zoals harmonieorkest en brassband, maar ook symfonieorkest, bigband, combo …

Orgel

Orgels zijn er in alle maten en stijlen. Een groot orgel kan je vergelijken met een heus orkest waarvan je als speler de dirigent bent. Je hebt daar wel handen én voeten bij nodig, want naast registers die de verschillende instrumenten oproepen heeft zo’n orgel ook verschillende gewone klavieren en een voetklavier.

 

De orgellessen worden gegeven in de Kapel van Zavelenborre (Frans Verbeekstraat Overijse). Daar staat een groot instrument ter beschikking dat toegang geeft tot het uitvoeren van muziek uit verschillende stijlperiodes. Als leerling van de academie kan je daar ook terecht om te studeren. Als oefeninstrument thuis is een piano of eventueel een elektronium best geschikt.Ook op andere orgels in de regio kun je, eventueel via de leraar, terecht.

Piano

..........

Saxofoon

..........

Slagwerk

..........

Viool

De viool is een snaarinstrument, en daarnaast ook nog een strijkinstrument. Dat betekent dat je op de snaren strijkt met een strijkstok om het geluid te maken. De strijkstok is een lange stok van tropisch hout gemaakt, met echte paardestaart-haren waarmee je over de snaren heen wrijft.

 

Met viool kun je in allerlei ensembles (groepjes) spelen: met z'n tweeën, samen met een piano, cello, gitaar of een ander instrument.  In een groot symfonieorkest zitten wel 36 violen! Dit betekent dat je als violist heel gemakkelijk in een orkest komt, er zijn overal jeugdorkesten waar je al na een paar jaar vioolles bij kunt. 

 

Op een viool kun je ook andere soorten muziek spelen, zoals pop, jazz, bluegrass of volksmuziek. 

Zang

..........

Please reload

Campus Overijse
Justus Lipsius

 

P.I. Taymansstraat 10

3090 Overijse

02 687 68 05

info@apko.be

       Campus Tervuren     

 

H. Boulengerlaan 7

3080 Tervuren

02 687 68 05

info@apko.be

Campus Hoeilaart

 

Overijsesteenweg 16

1560 Hoeilaart

02 687 68 05

  info@apko.be